Toetscode:

Tussenmeting

De nieuwe kerndoelen verplichten scholen om doelgericht aan de slag te gaan met burgerschap. Met deze tussenmeting peilen jullie tussentijds de voortgang. Zo zien jullie snel of jullie op koers liggen of dat het onderwijs ergens nog wat bijsturing kan gebruiken.

De opzet is volledig in de trant van de nulmeting en meet dezelfde doelen, maar met andere vragen om een leereffect te voorkomen.

Wat meten we?

1. Democratische oefenplaats


Kern: Het stimuleren van sociale en maatschappelijke competenties.

Focus: Sociale en kritische denkvaardigheden, respectvolle (online) communicatie en actief burgerschap.

2. Samenleven in een democratische rechtsstaat


Kern:  Inzicht in de basiswaarden en de pluriforme samenleving.

Focus: Vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit (rechten/Grondwet), en het omgaan met diversiteit (reflectie op vooroordelen en uitsluiting).

3. Democratische en maat- schappelijke betrokkenheid


Kern: De actieve rol en ervaringen van de leerling in de maatschappij.

Focus: Kennis van democratische besluitvorming én de bereidheid om bij te dragen aan actuele maatschappelijke vraagstukken.

Hoe meten we dat?

Burgerschap is een combinatie van weten en doen. Daarom is elk domein in de eindmeting consequent onderverdeeld in twee typen vragen:

Kennisvragen


Meet of de leerling de feiten, begrippen en structuren van onze democratie begrijpt.

Voorbeeldvraag: Wat staat er in Artikel 1 van de Grondwet?

 

Attitudevragen


Meet de houding, bereidheid, waarden en het reflectievermogen van de leerling.

Voorbeeldvraag: Ik voel me verantwoordelijk voor een schone schoolomgeving.