De nieuwe kerndoelen voor burgerschap verplichten scholen om doelgericht te werken aan de burgerschapscompetenties van leerlingen. Met deze nulmeting brengen jullie het vertrekpunt van de leerlingen in kaart. Zo weten jullie precies waar de accenten in het onderwijs moeten liggen. De nulmeting is strikt opgebouwd rondom de drie wettelijke kernpijlers van burgerschapsonderwijs.
Wat meten we?
1. Democratische oefenplaats
Kern: Het stimuleren van sociale en maatschappelijke competenties.
Focus: Sociale en kritische denkvaardigheden, respectvolle (online) communicatie en actief burgerschap.
2. Samenleven in een democratische rechtsstaat
Kern: Inzicht in de basiswaarden en de pluriforme samenleving.
Focus: Vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit (rechten/Grondwet), en het omgaan met diversiteit (reflectie op vooroordelen en uitsluiting).
3. Democratische en maat- schappelijke betrokkenheid
Kern: De actieve rol en ervaringen van de leerling in de maatschappij.
Focus: Kennis van democratische besluitvorming én de bereidheid om bij te dragen aan actuele maatschappelijke vraagstukken.
Hoe meten we dat?
Burgerschap is een combinatie van weten en doen. Daarom is elk domein in de nulmeting consequent onderverdeeld in twee typen vragen:
Kennisvragen
Meet of de leerling de feiten, begrippen en structuren van onze democratie begrijpt.
Voorbeeldvraag: Wat staat er in Artikel 1 van de Grondwet?
Attitudevragen
Meet de houding, bereidheid, waarden en het reflectievermogen van de leerling.
Voorbeeldvraag: Ik voel me verantwoordelijk voor een schone schoolomgeving.